dinsdag, april 13, 2010

HAKAN SÜKÜR

Een witte stip met daarop een bal.
Aarzelend brengt hij zijn trillende rechterbeen een tiental centimeter omhoog en laat de puntige noppen van zijn afgetrapte voetbalschoenen op de glanzende bal rusten.

De rauwe, grauwe schaduw van zijn gestalte doemt op vanonder zijn gespierde benen, benen die bejubeld worden door het gehele Turkse volk. Dit kan niemand minder zijn dan Hakan. Het is Hakan Sükür.

Zenuwachtig slikt hij nog maar eens voordat hij zal moeten geloven aan de wil van het volk. Het volk dat schreeuw om meer goals. Om meer schijnbewegingen en een gladde flair waar elke tegenstander onder bezwijkt. Hakan richt zijn blik op de zwart met wit versierde ronde vorm en laat zijn gedachten afglijden naar een wereld waar slechts zijn moeder hem kan bekoren. Zijn moeder die altijd glimlachend langs de kant stond toen hij nog tegen natte proppen papier schopte op de straten van Ankara.

"PRRRIIIIIIIIIII!"

Onaangenaam hard uit zijn perfecte wereld losgerukt ziet hij nog net hoe de scheidsrechter zijn arm naar beneden laat afdalen met daarin het fluitje dat zojuist de wedstrijd heeft doen losbranden. Vanuit zijn ooghoeken ziet hij wilde gedaantes op hem afstormen, in een poging hem van de bal te beroven. Een kortstondige, doch uiterst felle paniek overvalt de jonge godheid en maakt zich meester van zijn hele gestel. Het zo beroemde, al hevig trillende been, begint als een gek panische, haast epileptische bewegingen te vertonen. Angstaanvallen slaan toe en beginnen als enorme hamers op de geestelijke toestand van mister Sükür in te beuken. Leidend tot een woeste kreet van zijn kant, die tot een climax komt in een ongecontroleerde, verwoestende uithaal van zijn befaamde rechterbeen. De gloednieuwe bal, ongetwijfeld in China gefabriceerd door bronstige, onderbetaalde jongetjes van 12, die zojuist nog zo onschuldig en vredelievend op het groene gras rustte, schiet als een speer door de lucht. Met dezelfde kracht en doeltreffendheid van een door Poseidon geworpen drietand, treft de bal Hakan's medespeler en tevens beste vriend Pipo de C. (een rare naam voor een Turk, maar dat terzijde), vol in diens weke en kinderlijk zachte gezichtje. Ook hier volgt een enorme kreet, wat vanuit Pipo's perspectief in dit geval niet onterecht genoemd kan, en zeker niet mag, worden.

Bij het zien van de consequenties van zijn daden, begint Hakan als een speenvarken te knorren, wat doorslaat in een enorme huilbui. De paniek die zich via Hakan heeft ontfermd over de bal, slaat over op de rest van de spelers en totale chaos breekt uit. De scheidsrechter rent af op de aanvoerder van Hakan's tegenpartij, bijt hem in de nek en begint al schreeuwende te beweren dat hij altijd al struisvogelvlees heeft willen proeven. De overige 21 spelers ontfermen zich vooral over elkaar en over het publiek, waarbij slaande bewegingen en het omlaag trekken van broeken als voornaamste activiteiten genoemd dienen te worden. De gekte die Hakan zojuist had overmeersterd, heeft hem nu in een soort wurgende greep, wat resulteert in een woest schuimbekken. "MIJN NAAM IS HAKAN 'BAAS' DAGLI!!" schalt het door het stadion "EN JULLIE STAAN ALLEMAAL ATARI!". Hakan valt gorgelend neer en vlak voordat hij zijn laatste ademstoten produceert, ziet hij daar uit de verte een wazige gedaante op hem afwandelen. Het is Oranje-boy, met een sadistische grijns op zijn gezicht.